Joris en de Geheimzinnige Toverdrank
Scène 1: De kippen.
Haan: ‘Kraait’, Ochtend, ochtend (zangstem)
Kippen: wakker word geluiden.
Kip 1: Vroeg! Vroeg! Het is nog veels te vroeg.
Haan: Het eerste straaltje van de zon was het moment waarop de dag begon.
Kip 2: Jij met je rijmpjes, hou toch je snavel!
Kippen pikken beetje om zich heen en maken pok geluiden.
Er gaat een licht aan in het huis.
Kip 3: Kijk jongens, ze zijn wakker.
Kip 1: o nee hè, die oude taart ook al?
Kip 2: ja, ja, ik zie haar geloof ik.
Vader komt enthousiast naar buiten gerend.
Vader: Goede morgen dieren, wat een prachtige, prachtige ochtend!
Vader huppelt de zaal uit.
Kippen: wakker word geluiden.
Kip 1: Vroeg! Vroeg! Het is nog veels te vroeg.
Haan: Het eerste straaltje van de zon was het moment waarop de dag begon.
Kip 2: Jij met je rijmpjes, hou toch je snavel!
Kippen pikken beetje om zich heen en maken pok geluiden.
Er gaat een licht aan in het huis.
Kip 3: Kijk jongens, ze zijn wakker.
Kip 1: o nee hè, die oude taart ook al?
Kip 2: ja, ja, ik zie haar geloof ik.
Vader komt enthousiast naar buiten gerend.
Vader: Goede morgen dieren, wat een prachtige, prachtige ochtend!
Vader huppelt de zaal uit.
Kip 1: Altijd zó vrolijk, hoe houdt een mens dat vol?!
Kip 2: Het is maar goed dat hij vaak uit huis werkt, al dat blije gekakel van die man!
Kip 3: Ik vind hem wel aardig.
Kip 2: Het is maar goed dat hij vaak uit huis werkt, al dat blije gekakel van die man!
Kip 3: Ik vind hem wel aardig.
Scène 2: Boodschappen doen.
De huiskamer wordt verlicht, oma, moeder, Joris en Sophie worden zichtbaar.
Oma: Wat zorg jij toch heerlijk voor me, wat bof ik toch met zo’n dochter. Ik had geen andere dochter kunnen wensen.
Moeder: Dat is toch logisch moeder. U heeft vroeger voor mij gezorgd, dus nu zorg ik voor u. Ik doe het met alle liefde. Dat zet me aan het denken. Ik heb uw favoriete bessencake niet in huis! Joris en Sophie zullen wel op u passen.
Joris: Maar mam, dat wil ik n…’
Moeder: Dat kunnen jullie best. Sophie! Kan je even naar beneden komen?
Moeder: Dat is toch logisch moeder. U heeft vroeger voor mij gezorgd, dus nu zorg ik voor u. Ik doe het met alle liefde. Dat zet me aan het denken. Ik heb uw favoriete bessencake niet in huis! Joris en Sophie zullen wel op u passen.
Joris: Maar mam, dat wil ik n…’
Moeder: Dat kunnen jullie best. Sophie! Kan je even naar beneden komen?
Sophie komt op
Sophie: Wat is er mam?
Moeder: Ik moet even langs de winkel om boodschappen te doen. Joris en jij passen op oma. En onthoud: geen kattenkwaad.
Sophie: Kattenkwaad? Ik haal noooooit kattenkwaad uit!
Moeder: Goed zo. Vergeten jullie niet om oma om elf uur haar drankje te geven? Elf uur precies! Tot straks.
Moeder: Ik moet even langs de winkel om boodschappen te doen. Joris en jij passen op oma. En onthoud: geen kattenkwaad.
Sophie: Kattenkwaad? Ik haal noooooit kattenkwaad uit!
Moeder: Goed zo. Vergeten jullie niet om oma om elf uur haar drankje te geven? Elf uur precies! Tot straks.
Moeder gaat af
Scène 3: De gemene oma.
Scène 3: De gemene oma.
Oma: Je hebt gehoord wat je moeder gezegd heeft Joris, vergeet mijn drankje niet. En probeer je nou eens één keer te gedragen. Kom op, maak eens een kopje thee voor je oma. Twee schepjes suiker. En met een beetje tempo graag. Dan ben je tenminste ergens nuttig voor.
Oma leest de krant, Joris en Sophie gaan dichter bij het publiek staan.
Joris: Wat een vervelend, naar mens is dat toch, onze oma. Ik kan niks goed doen in haar ogen; alles wat ik doe is fout.
Sophie: Hoe bedoel je? Je moet je niet zo aanstellen, jij. Onze oma is een schat.
Joris: Nou tegen mij niet! Ze heeft me nog nooit een glimlach gegund, zelfs geen kleintje! Ze is een mopperende, oude vrouw. Ik kan er niks aan doen dat ik zo’n hekel aan haar heb. Ze lokt het zelf uit.
Sophie: Ooh, dat mag je niet zeggen. Je moet lief doen tegen oma, dat zegt mama altijd.
Sophie: Hoe bedoel je? Je moet je niet zo aanstellen, jij. Onze oma is een schat.
Joris: Nou tegen mij niet! Ze heeft me nog nooit een glimlach gegund, zelfs geen kleintje! Ze is een mopperende, oude vrouw. Ik kan er niks aan doen dat ik zo’n hekel aan haar heb. Ze lokt het zelf uit.
Sophie: Ooh, dat mag je niet zeggen. Je moet lief doen tegen oma, dat zegt mama altijd.
Joris brengt kopje thee naar oma, oma slaat krant neer
Oma: Niet zoet genoeg. Meer suiker!
Oma: Waar is het schoteltje? Ik hoef geen kopje zonder schoteltje. \
Oma: Denk je soms dat ik kan roeren zonder een lepeltje? Denk eens na!
Joris: Ik heb al voor u geroerd, oma.
Oma: Ik roer altijd mijn eigen thee! Haal een lepeltje!
Joris loopt zuchtend naar de keuken met zijn schouders naar beneden
Oma: Niet zoet genoeg. Meer suiker!
Oma: Waar is het schoteltje? Ik hoef geen kopje zonder schoteltje. \
Oma: Denk je soms dat ik kan roeren zonder een lepeltje? Denk eens na!
Joris: Ik heb al voor u geroerd, oma.
Oma: Ik roer altijd mijn eigen thee! Haal een lepeltje!
Joris loopt zuchtend naar de keuken met zijn schouders naar beneden
Oma: weet je wat het met jou is? Je groeit te hard! Jongetjes die te hard groeien, worden dom en lui!
Joris: Maar wat kan ik er nou aan doen, dat ik zo hard groei?
Oma: Je moet gewoon stoppen met groeien, dat is toch niet zo moeilijk?
Joris probeert weg te lopen
Joris: Maar wat kan ik er nou aan doen, dat ik zo hard groei?
Oma: Je moet gewoon stoppen met groeien, dat is toch niet zo moeilijk?
Joris probeert weg te lopen
Oma: Kom eens dichterbij Joris. Volgens mij moet ik je nog een keer vertellen over mijn geheim. Je weet toch dat ik dingen kan? Ik kan dingen laten gebeuren die nog niet eens gebeuren in je ergste nachtmerrie! Ik kan je nagels laten afvallen en in plaats van nagels tanden laten groeien! Ik kan er voor zorgen dat je morgen ochtend wakker wordt met een staart tussen je benen!!
Joris loopt zuchtend weg met zijn schouders naar beneden
Joris loopt zuchtend weg met zijn schouders naar beneden
Oma moppert over Joris terwijl de kippen er overheen beginnen te praten
Scène 4: Drankje 1 brouwen.
Kip 1: Hallo zeg, beetje zachter mag ook wel.
Kip 2: Wat kan zij gemeen zijn!
Kip 1: Het lijkt wel of ze met de dag erger wordt!
Kip 3: Jammer dat Joris nog maar een kind is, hij kan eigenlijk niets doen.
Kip 1: Niets doen? Niets doen? Ik zou haar op haar gemene hoofd pikken!
Kip 2: Ja en in haar gemene tenen!
Kip 1: Haar lippen!
Kip 2: Haar oren!
Kip 1: Oeh! Kijk eens wat hij doet!
Kip 2: Wat kan zij gemeen zijn!
Kip 1: Het lijkt wel of ze met de dag erger wordt!
Kip 3: Jammer dat Joris nog maar een kind is, hij kan eigenlijk niets doen.
Kip 1: Niets doen? Niets doen? Ik zou haar op haar gemene hoofd pikken!
Kip 2: Ja en in haar gemene tenen!
Kip 1: Haar lippen!
Kip 2: Haar oren!
Kip 1: Oeh! Kijk eens wat hij doet!
Joris komt op en loopt heen en weer alsof hij iets probeert te verzinnen
Joris: O wat haat ik mijn oma. Dat akelige, hekserige, oude mens. Ik moet er iets aan doen. Iets drastisch. Iets absoluut fantastisch. Een reuzenklapper! Ik laat me niet door haar bang maken. Ik wil haar eens flink aan het schrikken maken. Ik kan een rotje onder haar stoel leggen.. of een slang in haar jurk laten glijden, grote zwarte ratten bij haar in de kamer los laten. Wie heeft er een idee? Hé, kijk daar eens. Het flesje met oma’s drankje! Aha! Ik weet precies wat ik ga doen! Ik ga een nieuw drankje voor haar maken, een drank zo reusachtig sterk en scherp en geweldig, dat het haar de liefste vrouw ter wereld maar, en zo niet, haar kop er af laat vliegen! Ik zal een toverdrank voor haar maken, een drankje dat geen dokter ter wereld ooit eerder gemaakt heeft.
Joris: O wat haat ik mijn oma. Dat akelige, hekserige, oude mens. Ik moet er iets aan doen. Iets drastisch. Iets absoluut fantastisch. Een reuzenklapper! Ik laat me niet door haar bang maken. Ik wil haar eens flink aan het schrikken maken. Ik kan een rotje onder haar stoel leggen.. of een slang in haar jurk laten glijden, grote zwarte ratten bij haar in de kamer los laten. Wie heeft er een idee? Hé, kijk daar eens. Het flesje met oma’s drankje! Aha! Ik weet precies wat ik ga doen! Ik ga een nieuw drankje voor haar maken, een drank zo reusachtig sterk en scherp en geweldig, dat het haar de liefste vrouw ter wereld maar, en zo niet, haar kop er af laat vliegen! Ik zal een toverdrank voor haar maken, een drankje dat geen dokter ter wereld ooit eerder gemaakt heeft.
Liedje.
Joris staat op het podium. Oma zit in haar krant en moppert over alles. Joris haalt van alles uit de kast maar doet dit heel stilletjes.
Oma: Joris, wat spook jij daar uit?! Denk maar niet dat ik je niet kan horen!
Joris: Ik ruim alleen maar de keuken op, grootmoe.
Joris: (tegen publiek) Jullie moeten me helpen om het drankje te maken. We gooien alles er in wat we kunnen vinden. Niet aarzelen, alles er in. Vloeibaar, stroperig of poeder, het maakt niet uit. Kijk eens onder jullie stoelen of je wat kan vinden?
Joris loopt door het publiek om allerlei ingrediënten te verzamelen.
Joris gooit nu een voor een de ingrediënten in de pan, hij laat duidelijk zien wat hij erin gooit en benoemd het ook.
Oma: Joris. Wat voer je in je schild? Is het al tijd voor mijn drankje?
Oma: Joris. Wat voer je in je schild? Is het al tijd voor mijn drankje?
Joris: Nee oma, nog niet, ik beloof u dat ik het niet zal vergeten.
Sophie komt nieuwsgierig kijken wat Joris aan het doen is
Sophie: ‘Joris, wat ben je aan het doen?’
JORIS: ‘Uuh, ik maak soep. Voor oma.’
SOPHIE: ‘Het ruikt vreemd zeg! Laat eens zien.’
Sophie probeert in de grote pan te kijken. Joris laat dit niet toe hij duwt zijn zusje weg maar in die beweging niest Sophie in de pan.
JORIS: ‘Nee! Uuh ga jij maar kijken hoe het met oma gaat.’
SOPHIE: Hatsjoe! Oké Joris.
Sophie loopt naar oma toe en oma neemt haar op schoot.
JORIS: Ik heb nog 1 ingrediënt nodig, iets dat mijn toverdrank compleet maakt!
Joris denkt na.
Joris: Ik weet het!
Joris rent naar de kippenschuur toe en gaat daar tussen de spullen staan rommelen, de kippen reageren hier op
Joris rent naar de kippenschuur toe en gaat daar tussen de spullen staan rommelen, de kippen reageren hier op
Haan: Daar komt het al, een tranendal. Omdat je zo’n kwebbel bent, wil Joris je snavel als ingrediënt.
Kip 2: Niet mijn snavel!
Kip 1: En zeker niet de mijne!
Kip 3: Rustig, rustig, je ziet toch dat Joris in de kast zoekt.
Kip 1: Niet ons voer!
Kip 2: Niet onze eieren!
Joris: Ik heb het! Antischurft voor pluimvee. Dat moet wel iets goeds doen voor oma.
Kip 1: En zeker niet de mijne!
Kip 3: Rustig, rustig, je ziet toch dat Joris in de kast zoekt.
Kip 1: Niet ons voer!
Kip 2: Niet onze eieren!
Joris: Ik heb het! Antischurft voor pluimvee. Dat moet wel iets goeds doen voor oma.
Scène 5: Oma groeit.
OMA: Waar blijft mijn drankje?!
Joris pakt snel het echte medicijn(duidelijk aangeven dus) van oma en giet het leeg. Hij vult het met het toverdrankje
JORIS: Tijd voor uw drankje oma!
OMA: Hè hè, eindelijk.
Oma slaat krant neer en kijkt Joris boos aan
OMA: Je bent te laat.
JORIS: Ik geloof van niet, oma.
OMA: Val me niet midden in de rede midden in een zin.
JORIS: Ik dacht dat u klaar was met uw zin oma.
OMA: Kijk nu doe je het alweer! Altijd in de rede vallen en tegenspreken. Houd je mond liever en geef me m’n drankje. De fles eerst goed schudden. Dan in de lepel gieten en let erop, dat de lepel goed vol is.
Oma gaat achterover zitten met haar mond wijd open
JORIS: Slikt u het in één keer door of neemt u kleine teugjes?
OMA: Gaat je niks aan, schiet nou maar op!
Langzaam giet Joris het drankje in de lepel, hij steekt de lepel in de mond van oma. Oma schiet op uit haar stoel en begint rare geluiden te maken.
JORIS: Is er iets, oma? Gaat het een beetje?
OMA: Bel de brandweer, mijn maag staat in brand.
JORIS: Dat is het drankje maar, oma. Het is lekker sterk spul.
OMA: Brand! Help! Doe iets! Vlug!
Joris kijkt een beetje geschrokken naar oma. Hij rent weg om een beker water te halen.
JORIS: Hier oma, water! Mond open! Zo, nu bent u weer in orde.
OMA: In orde? In orde? Wie is er in orde? Er zitten springveren in mijn maag! Er rijdt een trein door mijn buik! Er komt rook uit mijn achterwerk!
JORIS: U zult zien, oma. Dat u helemaal opknapt van het drankje. Het is tenslotte uw medicijn. Daar wordt je beter van.
OMA: Opgeknapt!? Ik daarvan opknappen? Dit wordt mijn dood!
Langzaam maar zeker begint oma te groeien. Ze staat op haar benen en kijk verschrikt.
JORIS: ‘Kijk oma! U kan staan! Wat knap. En u groeit. U groeit! U gaat de hoogte in! Kalm aan oma, u kunt nu beter stoppen met groeien, anders komt u met uw kop tegen het plafond!’
JORIS: Machtig mooi drankje.
OMA: Joehoe! Ik ben groot! Kijk mij eens groeien! Meesterlijk drankje. Geef me nog maar wat!
JORIS: Ok, maar ik kan niet meer bij uw mond! Hier pakt u het zelf maar!
OMA: Waar blijft mijn drankje?!
Joris pakt snel het echte medicijn(duidelijk aangeven dus) van oma en giet het leeg. Hij vult het met het toverdrankje
JORIS: Tijd voor uw drankje oma!
OMA: Hè hè, eindelijk.
Oma slaat krant neer en kijkt Joris boos aan
OMA: Je bent te laat.
JORIS: Ik geloof van niet, oma.
OMA: Val me niet midden in de rede midden in een zin.
JORIS: Ik dacht dat u klaar was met uw zin oma.
OMA: Kijk nu doe je het alweer! Altijd in de rede vallen en tegenspreken. Houd je mond liever en geef me m’n drankje. De fles eerst goed schudden. Dan in de lepel gieten en let erop, dat de lepel goed vol is.
Oma gaat achterover zitten met haar mond wijd open
JORIS: Slikt u het in één keer door of neemt u kleine teugjes?
OMA: Gaat je niks aan, schiet nou maar op!
Langzaam giet Joris het drankje in de lepel, hij steekt de lepel in de mond van oma. Oma schiet op uit haar stoel en begint rare geluiden te maken.
JORIS: Is er iets, oma? Gaat het een beetje?
OMA: Bel de brandweer, mijn maag staat in brand.
JORIS: Dat is het drankje maar, oma. Het is lekker sterk spul.
OMA: Brand! Help! Doe iets! Vlug!
Joris kijkt een beetje geschrokken naar oma. Hij rent weg om een beker water te halen.
JORIS: Hier oma, water! Mond open! Zo, nu bent u weer in orde.
OMA: In orde? In orde? Wie is er in orde? Er zitten springveren in mijn maag! Er rijdt een trein door mijn buik! Er komt rook uit mijn achterwerk!
JORIS: U zult zien, oma. Dat u helemaal opknapt van het drankje. Het is tenslotte uw medicijn. Daar wordt je beter van.
OMA: Opgeknapt!? Ik daarvan opknappen? Dit wordt mijn dood!
Langzaam maar zeker begint oma te groeien. Ze staat op haar benen en kijk verschrikt.
JORIS: ‘Kijk oma! U kan staan! Wat knap. En u groeit. U groeit! U gaat de hoogte in! Kalm aan oma, u kunt nu beter stoppen met groeien, anders komt u met uw kop tegen het plafond!’
JORIS: Machtig mooi drankje.
OMA: Joehoe! Ik ben groot! Kijk mij eens groeien! Meesterlijk drankje. Geef me nog maar wat!
JORIS: Ok, maar ik kan niet meer bij uw mond! Hier pakt u het zelf maar!
Joris en Sophie lopen naar buiten, van oma is geen spoor te bekennen.
Plotseling klettert er een dakpan naar beneden…. Toen nog 1… en nog 1… wel een stuk of 6 komen van het dak af gekletterd. En daar…. komt oma door het dak heen! Eerst haar hoofd, dan haar nek en uiteindelijk de bovenkant van haar schouders*
Plotseling klettert er een dakpan naar beneden…. Toen nog 1… en nog 1… wel een stuk of 6 komen van het dak af gekletterd. En daar…. komt oma door het dak heen! Eerst haar hoofd, dan haar nek en uiteindelijk de bovenkant van haar schouders*
Oma: wat zeg je me daarvan, jochie? Is dit geen kunst stukje?
Joris: “zou u niet beter ophouden met groeien? Je werd er toch lui van? En knoeierig? En dom? En slordig?”
Oma: “ik ben al opgehouden! Ik voel me uitstekend! Zei ik niet dat ik toverkrachten bezit! Heb ik je niet gewaarschuwd?”
Joris: “U hebt het niet gedaan! IK heb het gedaan!”
Oma: “Jij? Maak dat de kat wijs! Onnozelaar!”
Joris: “ik lieg niet! Ik zal het je laten zien!”
Sophie, die er al de hele tijd als verdoofd bij heeft gestaan begint zich er ook mee te bemoeien.
Sophie: “Nee, niet doen Joris!! Straks gebeuren er nog meer nare dingen!”
Joris: “Kijk eens oma!”
Joris gaat bij een kip staan, deze stribbelt hevig tegen
Sophie:“Nee, doe nou nieehieet”
Joris: “Kiep-kiep-kiep, kom eens hier. Kom op, kip. Braaf kippie. Kiep-kiep-kiep.
Kip 1: Pok pok, nee nee NEEEEEEEEEEE, POOOOOOOK.
Kip 1: Pok pok, nee nee NEEEEEEEEEEE, POOOOOOOK.
Joris pakt de kip beet en doet wat toverdrank in zijn mond
Sophie:“kijk nou wat je doet! Ze kan niet eens meer op haar pootjes staan! Kijk nou toch! Ze rookt!”
Oma: “Ze staat in brand! De kip staat in brand! Nog even en die kip is gaar en klaar om opgegeten te worden!”
Joris gooit een emmer water over de kip heen en er ontstaat een luid gesis
nu begon de kip te groeien…. En te groeien… en te groeien! Groter en groter… langer en langer werd ze. Algauw was de kip vier of vijf keer zo groot als normaal
Joris: “ziet u wel, oma? Ze heeft van de toverdrank gehad, ze groeit net als u!”
Oma: “ik zie het, jongen! Ik kijk al!”
Sophie:“ze houdt niet meer op met groeien!”
Joris: “jawel, kijk maar! Ziet ze er niet fantastisch uit?”
Oma: “ja maar ze is niet zo groot als ik! Ik ben de grootste”
Sophie:“Zo groot als een reus, oma!”
Op dat moment komt Joris’ moeder terug met de boodschappen.
Oma: “Nou, wat zeg je ervan, Marie? Wedden dat je nog nooit zo’n grote kip gezien hebt!”
Mam: “maar… maar… maar…”
Sophie:“dat komt door Joris’ toverdrank! Ze hebben er allebei van gehad, de kip en Oma!”
Mam: “maar hoe ben je in vredesnaam op het dak gekomen?”
Oma: “dat ben ik niet, mijn voeten staan nog steeds op de vloer van de zitkamer!”
Joris’ moeder valt bijna flauw, ze staart met open mond en uitpuilende ogen. Een seconde later verschijnt Joris’ vader
Pap: “Grote hemel! Wat hebben we hier? Wat is er gebeurd? Waar komt die vandaan? Het is een reuzenkip! Wie heeft dat gedaan?”
Sophie: “Joris!”
Oma: “kijk liever naar mij! Laat die kip maar zitten!”
Pap: “hou je mond grootmoe! Het is fantastisch! Het is kolossaal! Het is reusachtig! Het is ongelofelijk! Hoe heb je dat voor elkaar gekregen, Joris?”
Joris: “nou…”
De grote bruine kip gaat midden op het erf zitten en zegt: kluk-kluk-kluk… kluk-kluk kluk-kluk. Iedereen kijkt er naar. Toen ze weer opstond lag er een bruin ei.
Mam: “van dat ei kun je een omelet maken voor wel twintig mensen”
Pap: “Joris! Hoeveel heb je nog over van dat drankje?”
Joris: “massa’s! Er staat nog een hele pan vol in de keuken en deze fles is nog bijna vol.”
Pap: “kom mee! Neem dat drankje mee! Al jaren en jaren probeer ik grotere en grotere dieren te fokken. Grotere stieren voor de biefstuk, grotere varkens voor karbonaadjes, grotere schapen voor de schapenbout…”
Eerst naar het varkenshok, Joris gaf een lepel aan het varken. Het varken blies rookwolken uit zijn neus en sprong alle kanten op. Toen begon het te groeien en te groeien. Ten slotte zag het er zo uit…:
Ze gingen naar de kudde mooie, zwarte ossen, Joris gaf ze een beetje toverdrank, en dit is wat er gebeurde…
Toen de schapen, het paard en ten slotte de geit.
Ze gingen naar de kudde mooie, zwarte ossen, Joris gaf ze een beetje toverdrank, en dit is wat er gebeurde…
Toen de schapen, het paard en ten slotte de geit.
Oma: “hé jij! Joris! Ga onmiddellijk een kopje thee voor mij halen, Jij, lui mormel!”
Pap: “luister maar niet naar die ouwe geit, ze zit daar muurvast en dat is maar goed ook.”
Joris: “Maar we kunnen haar toch niet zo laten zitten, papa, straks gaat het nog regenen.”
Oma: “Joris! Jij misselijk jongetje. Jij walgelijk kleine wurm! Haal onmiddellijk een kopje thee voor me en een plakje bessencake!”
Sophie: “we moeten oma bevrijden!”
Mam: “Ja, ik kan mijn moeder toch niet voor de rest van haar leven uit het dak laten steken”
Licht gaat uit en de beamer gaat aan, filmpje van oma die met een hijskraan uit het huis wordt getakeld en in de schuur wordt gelegd.
Scène 6: toverdrank 2
Pap: “ik heb de hele nacht niet geslapen, zo heb ik liggen nadenken over jouw toverdrank. We moeten nog meer maken! En nog meer!”
Joris: “maar waarom hebben we nog meer nodig, pap? We hebben al onze eigen dieren gedaan en we hebben grootmoe weer zo kwiek als een kwikstaartje gemaakt, ook al moet ze nu in de schuur slapen”
Pap: “we verkopen het aan alle boeren ter wereld, zodat ze allemaal reuzendieren krijgen!”
Joris: “maar wacht eens even”
Pap: “Nee niet wacht even, niemand zal nog honger hoeven lijden! Een reuzenkoe levert wel vijftig emmers melk! En de reuzenkip wel honderd kipmaaltijden! En één reuzenvarken wel duizend karbonaadjes! Het is geweldig!
Joris: “maar wacht nou es even, pap”
Pap: “Zeg nou toch niet steeds dat ik moet wachten!
Mam: “rustig aan, Lieverd.“
Pap: maar ik ben zo enthousiast!!
Joris: Paaaaap! “ik kan me onmogelijk al die honderden dingen herinneren die ik in de pan heb gedaan om de toverdrank te maken!”
Stukje waarin er van alles in de pan wordt gegooid, de flessen die op de grond liggen worden opgepakt en de lege druppels worden eruit geschud. Misschien met liedje/filmpje/muziekje erbij. Vader helpt maar komt steeds met verkeerde dingen aan waarop Joris heel hard nee schud.
Sophie: Joris, wat doe je??
Joris: Ik maak een toverdrank met vader en daardoor gaan we heel erg rijk worden!
Sophie: Ik wil helpen! Laat me nou helpen!!
Joris: Nee! Je mag niet helpen!!!
Zusje loopt boos weg en Joris gaat verder met roeren totdat vader weer binnen komt!
Pap: Zo Joris! Hier is het laatste.
Joris: Dat is mooi! Het drankje kookt al bijna! Gooi het er maar snel bij!
Vader gooit laatste ingrediënt erbij en het drankje gaat koken!
Pap: Helemaal klaar?
Joris: Helemaal klaar!
Pap: En nu? Ik weet al wat! We proberen het uit op een kip! We hebben er toch teveel!
Joris en zijn vader lopen met een lepel drank naar de kip en Joris voedt de kip.
Joris: Kiep-Kiep-Kiep!
Kip eet het op en er komen vonken uit de staart! (of een ander effect, decorgroep mag hierover meedenken)
Pap: Wow!
Poten van kip groeien 5 meter! Lichaam blijft klein. (mag ook iets anders zijn als decorgroep iets handigers/beters/leukers weet)
Joris: Dit klopt niet, bij oma ging het heel anders! Ik moet iets vergeten zijn.
Vader: Wat dan? Dan haal ik gelijk!
Zusje komt naar buiten.
Joris: Maar ik weet niet wat er nog mist, volgens mij zit er hetzelfde door als in de vorige.
Vader: Kom op Joris! Denk na! Dan worden we rijk!
Joris: Uhmmmm…
Zusje loopt opvallend heen en weer door de kamer, zo nu en dan niest ze zodat het publiek een vermoeden krijgt over het ontbrekende ingrediënt. Joris blijft zeggen: ‘wat is het nou?’ ‘wat mis ik nou?’ terwijl zusje en Joris uiteindelijk elkaar aankijken en zeggen: ‘SNOT!’. Zusje niest in pan.
Joris: nu moet het klaar zijn pap!
Papa: laten we het testen op die kip!
Papa: laten we het testen op die kip!
De kip groeit op dezelfde manier als oma groot is geworden. De drank werkt.
Pap: Yes! Het is gelukt!
Joris en papa dansen in het rond en vieren feest.
Oma: Waarom heb ik nog geen thee gekregen? Ik sterf van de dorst! Geen eten! Geen drinken! Geen Krant! HELEMAAL NIKS!
Mam: Het spijt me moeder! Ik ga gelijk wat klaarmaken…
Oma: Laat Joris het maar doen! Die is toch lui en goed voor helemaal niks! Hahahaha!
Oma ziet ketel en pakt hem op.
Oma: Zo dan! Joris! Wel voor jezelf zorgen, maar niet voor je arme oma! Egoïstisch kind! Beetje thee verborgen houden!
Joris: Oma! Nee! Dat is geen thee!
Oma: Lieg niet!
Mam: Moeder, dat is niet voor u! Niet opdrinken!
Oma: Ben jij nu ook al tegen mij? Mijn eigen dochter!?
Pap: Drink maar op hoor! Het is onwijs lekker!
Oma: Dat doe ik zeker!
Oma drinkt het drankje. Vader wrijft in zijn handen en Joris en Sophie kijken met open mond naar wat er gebeurt!
Mam: Moeder! Nu heeft u wel 5x de dosis genomen van Joris zijn toverdrank!
Pap: INTERESSANT! We zullen zien wat er nu gebeurd!
Mam: JE HEBT MIJN MOEDER VERGIFTIGD!
Pap: Ik deed niks! Ze deed het zelf!
Mam: Ja maar…..
Sophie: STRAKS ONTPLOFT OMA!
Pap: ZOEK DEKKING!!
Iedereen schuilt! En nog meer vonken!
Mam: Moeder! / Sophie: OMA!
Dan stoppen de vonken!
Vader: Kijk eens allemaal! Kijk eens naar oma!
Oma is nu zo groot dat ze niet eens meer haar hoofd kunnen zien.
Filmpje over dat oma nog harder groeit, ze is nu zo lang als de langste boom en kan met haar handen de bovenkant van een flat aanraken. Oma leeft nog lang en gelukkig tussen de bomen in het grote boos in de buurt, moeder komt vaak op bezoek met een luidspreker om met haar te praten en het mooiste van al, Joris hoeft haar nooit meer te zien.Rolverdeling:Joris: Jordi
Sophie: Jordy
Oma: Joëlle
Vader: Assia
Moeder: Keri
Kip 1: Saskia
Filmpje over dat oma nog harder groeit, ze is nu zo lang als de langste boom en kan met haar handen de bovenkant van een flat aanraken. Oma leeft nog lang en gelukkig tussen de bomen in het grote boos in de buurt, moeder komt vaak op bezoek met een luidspreker om met haar te praten en het mooiste van al, Joris hoeft haar nooit meer te zien.Rolverdeling:Joris: Jordi
Sophie: Jordy
Oma: Joëlle
Vader: Assia
Moeder: Keri
Kip 1: Saskia
Kip 2: Jolanda
Kip 3: Cynthia
Haan: Rianne
Koe: Katja
Varken: Rosa
Schaap: Laura
Kip 3: Cynthia
Haan: Rianne
Koe: Katja
Varken: Rosa
Schaap: Laura
Geen opmerkingen:
Een reactie posten